Er is een nieuw opkomend fenomeen genaamd ‘orthosomnie,’ het obsessieve verlangen naar de perfecte slaap. Apps en wearables kunnen het perfectionistische verlangen naar een ideale nachtrust verergeren. Maar de output van deze apparaten is vaak helemaal niet betrouwbaar, en ze kunnen bovendien stress veroorzaken die leidt tot een nog slechtere nachtrust. Eigenlijk is het beter om niet te veel bezig zijn met hoe goed je moet of kunt slapen. Dus sluit vooral je ogen voor de alarmerende notificaties, en verlies met een gerust hart de controle over je slaap.

Mensen met orthosomnie gebruiken vaak apps en wearables om hun slaapkwaliteit te meten. Na het opstaan checken ze meteen hun slaapdata. Als die niet optimaal zijn, maken ze zich zorgen. Waarom had ik vannacht zo weinig diepe slaap? Heb ik wel genoeg REM-slaap? Wat kan ik doen om dieper te slapen? Enzovoort.

Dat perfectionistisch verlangen naar goede slaap is een wereldwijd fenomeen. Ook Vlaamse slaapexperts komen het steeds vaker tegen in hun praktijk. “Ik zie dit probleem ontzettend veel”, zegt neuroloog en slaapexpert Inge Declercq. “Slapelozen zijn vaak obsessief bezig met het meten van hun slaap. Bij elke consultatiedag zijn er wel één of twee patiënten die mij zeggen: ‘Mijn Fitbit zegt dat ik te weinig slaap’. Dat maakt mensen angstig en bezorgd.”

Data van wearables zijn niet altijd even betrouwbaar…

Dat stijgend aantal patiënten komt door het sterk toegenomen gebruik van wearables. De meeste commerciële toestellen zijn echter onbetrouwbaar voor het meten van slaap. “Ik heb de recentste studies nog eens bekeken”, zegt Inge Declercq. “Daaruit blijkt dat wearables in het beste geval iets zeggen over je totale hoeveelheid slaap. Ze zijn niet betrouwbaar als het gaat over je slaapkwaliteit.”

“Wearables zijn inderdaad onbetrouwbaar voor het meten van slaapkwaliteit”, zegt ook An Mariman. “Ik had ooit een patiënt die als experiment zijn slaap geregistreerd heeft met twee wearables tegelijk. Hij had zijn eigen smartwatch aan zijn ene pols, die van zijn echtgenote aan de andere pols. De resultaten waren totaal verschillend. Dat illustreert hoe onnauwkeurig die gegevens zijn. Je kan er echt niet op vertrouwen.”

Bijkomend probleem: hoe groter het slaapprobleem, hoe minder betrouwbaar de data. “Ze geven vaak een veel te negatief beeld”, zegt Declercq. “Mensen dénken dat ze weinig slapen, maar in werkelijkheid slapen ze meer dan het toestel zegt. Het onderschat de totale slaapduur.”

… en dat heeft concrete gevolgen

Wearables zijn dus vaak onbetrouwbaar, maar ook onbetrouwbare data hebben reële gevolgen. “Het is een self-fulfilling prophecy”, zegt An Mariman. “Als je denkt dat je minder goed geslapen hebt, dan ga je je minder goed voelen. Daardoor ga je vervolgens je minder goed functioneren. En ook het omgekeerde gebeurt: als je denkt dat je goed geslapen hebt, dan voel je je beter. Dat beïnvloedt je prestaties in de andere richting.”

Kortom: feedback schept verwachtingen en die verwachtingen worden vervolgens realiteit. Mensen denken: “Mijn wearable zegt dat ik slecht geslapen heb, dus ik zal wel slecht functioneren vandaag.”

Wat is “goede slaap” eigenlijk?

Over wat “een goede slaap” is bestaan overigens nog misverstanden. Zoals: enkel diepe slaap is belangrijk. “Dat klopt niet”, zegt Inge Declercq. “Meestal slapen we 15 procent van de tijd diep, en 15 tot 20 procent in REM-slaap. 50 tot 55 procent is lichte slaap. 20 tot 25 minuten wakker zijn per nacht is normaal. We hebben 4 tot 5 slaapcycli. Het is vooral die architectuur, dat samengaan, dat belangrijk is en voor een goede nachtrust zorgt, en dus niet hoe lang je diep slaapt.” 

Dit artikel is grotendeels overgenomen van VRT NWS. Het oorspronkelijke artikel vindt u hier.

Beeld: Freepik/yanalya