Brightfiber Textiles opent begin 2023 in Amsterdam de eerste 100 procent circulaire grondstoffenfabriek voor de mode-industrie. Deze fabriek gaat oude truien en kledingstukken verwerken tot hoogwaardige vezels en garens. Circulair textiel, waarbij gebruikt textiel wordt hergebruikt, kan de mode-industrie fundamenteel veranderen. 

Die verandering is broodnodig. In Nederland is er al veel kennis over het hergebruiken van materialen, en nu wordt de vertaalslag gemaakt naar de industrie. “Een textielindustrie in Nederland, dat gaat echt weer gebeuren,” zegt Ellen Mensink, de oprichter van Brightfiber Textiles.

Nieuwe kleding van oude kleding

Mensink wil met het opzetten van deze circulaire oplossing, modemerken aanzetten om voor volgende collecties in plaats van nieuwe wol, katoen en andere synthetische vezels, meer eigen reststromen te gebruiken. Gedragen kleding dus. Op dit moment bestaat slechts 1% van alle collecties in Nederland uit gerecycled materiaal. Maar dit is grotendeels industrieel afval, afkomstig van spinnerijen en breifabrieken. 

Per jaar kan de fabriek van Brightfiber Textiles 2,5 tot 3 miljoen kilo textiel grondstoffen produceren. Dit is ongeveer gelijk aan het totale gewicht van het huishoudelijke textiel dat in Amsterdam in textielcontainers op straat wordt verzameld.

Een grote stap naar circulaire mode in Nederland

De ontwikkeling van circulaire mode en circulair textiel is broodnodig. De mode-industrie is namelijk de op één na meest vervuilende industrie ter wereld. De verwachting is dat de productie van kleding tot 2030 nog minstens met 60% zal stijgen. Gevolg: meer vervuiling en nog meer afval. Door het productieproces van Brightfiber worden materiaal én kleuren hergebruikt. Daarmee worden niet alleen duizenden liters water per trui bespaard maar zijn ook geen chemicaliën en verfstoffen nodig gedurende het productieproces. Kortom deze nieuwe fabriek is dé oplossing over de groeiende onvrede richting de fast fashion industrie.

Dit artikel is grotendeels overgenomen van loop.a life. Het oorspronkelijke artikel is hier terug te vinden.