Door Bran Remie

Hebben robots een gevoel voor humor? Lastige vraag. Kunnen robots grappen maken? Ja, dat kan. De Leuvense PhD-er Artificiële Intelligentie en Computationele Humor Thomas Winters loopt alle mogelijkheden af om de mensengebruiker te laten lachen om zijn (ro)bots. In het kader van wetenschappelijk onderzoek, maar ook om te lachen.

De Torfsbot

Toonbeelden van Winters’ werk zijn zijn bijdrages aan de theaterimprovisatierobot Improbotics Flanders en de Torfsbot. De tweede is een twitterbot die zo optimaal mogelijk de quasi-wijsheden imiteert van de nationaal bekende Leuvense universiteitrector Rik Torfs. ,,Torfs is een enigmatische twitteraar”, zegt Winters. ,,Al twaalf jaar lang, sinds 2010, zet hij dezelfde soort semiwijsheden in zijn eigen typische stijl online. Hij reageert bijna nooit, maar hij blijft maar van die uitspraken online zetten.”

De Torfsbot: Rik Torfs met een Terminator-oog.

Dat bracht Winters op het idee om een twitterbot te bouwen. Eén die op basis van de tweets van Rik Torfs, nieuwe, torfiaanse levenswijsheden de Twitter-ether inspuwt. In tegenstelling tot Rik Torfs zelf, reageert de twitterbot wél op replies – wat soms voor filosofische gesprekken zorgt. ,,Ondanks het vrij duidelijk een bot en geen mens is, hebben sommige gebruikers er hele gesprekken van honderden tweets lang. Het feit dat zo een tekstgenerator zich op Twitter kan begeven tussen al die tweets van echte mensen geeft de bot een veel menselijker kantje. Dankzij het feit dat het een tweet is en niet gewoon een website waarop je een tekst kan genereren, creëert het ook iets tactiel om naartoe te refereren, en gemakkelijk te delen met je vrienden.”

Torfs’ Turingtest

Dat bracht Winters op een volgend idee. Een turingtestidee: de test waarbij een robot kan aantonen dat het zo goed een mens weet na te bootsen in gedrag dat een tester (mens) meent dat hij met een andere mens communiceert. Het is daarmee een meetmiddel om mens van robot te onderscheden. In Winters geval wil hij meten of het hoge aantal likes voor een hoge geloofwaardigheid zorgen. Zijn vraag: Vinden we een TorfsBot-tweet extra goed als die echt klinkt als een tweet van Rik Torfs? Of dat de tweet net als één van Rik Torfs klinkt? In het tweede geval is het juist goed als de tweet net niet als hem klinkt.

Thomas Winters met zijn Torfsbot.

Daaruit volgde een nieuw twitteraccount. Trouwe volgers uitgedaagd met een poll: Is dit een echte tweet van Rik Torfs of een tweet van de Torfsbot? In sommige gevallen is het 50/50.

Polls waaruit blijkt dat de Torfsbot-tweet net zo torfsiaans is als Rik Torfs: daar is Winters trots op. Tegelijkertijd toont de Torfsbot de beperking van computationele humor. ,,Veel onderzoekers schrijven hun systemen voor één specifieke soort mop, en die worden volledig automatisch gegenereerd. Daarom zijn ze momenteel ook vaak in praktijk niet zo nuttig. Bijvoorbeeld, voor comedyschrijvers. De A.I. kan hen niet zo niet helpen bij het schrijven van hun shows. Daar komt bij: comedians gebruiken zelf nauwelijks tools om hun shows te maken. Dat is met kunstenaars als fotografen, filmmakers of muzikanten wel anders: met programma’s als Garageband, Adobe Premiere en Photoshop bewerk je video- en audiomateriaal. Daar maak je er je product mee. Comedians gebruiken slechts hun observaties, pen en een notitieboekje.”

Comedians helpen

Dus hoe kan Winters toch die comedians helpen? De A.I.-improvisatierobot A.L.Ex is een poging daartoe, maar werd uiteindelijk een toneelacteur die vaak onbedoeld grappig is door de verrassende toevoegingen aan een scene. ,,Want improvisatie is vaak al snel grappig. Maar A.L.Ex is geen comedian dus. ,,Ik speel zelf acht jaar improvisatietheater. Ik vind het interessant om te kijken hoe je een robot op het podium laat veranderen in een meespelende, improviserende acteur. Daar komt A.I. bij kijken: reageren met machine learning en dataverwerking op wat ter plekke gezegd wordt (het gezegde is data-input, red.). Ik wilde alleen niet dat het een gimmick wordt. Van: kijk nu toch eens wat een A.I. allemaal kan. Ik wil dat het een volwaardige acteur is die meespeelt. Dat vergt zowel een praktisch onderzoek van een tekstgenerator, als een wetenschappelijk onderzoek.”

Winters toont getrainde lachspier op DID22

Winters richt daar dan ook zijn pijlen op: zowel een toolbox voor comedians maken, als het supersysteem van humor uitgedrukt in logica+neurale netwerk+grammatica+probabiliteit. Op DID22 vertelt Winters over de laatste status van zijn onderzoek. Hij verklapt alvast: ,,Humor is een heel trainbare spier, en A.I. zou kunnen helpen om mensen te trainen in het schrijven van humor.” Ook zijn lachspier is alweer een stukje sterker.

Check ook zijn website: https://thomaswinters.be/