Door Bran Remie

In de werkkamer van het DroneTeam Twente staan meer 3D-printers dan gewone: zeven stuks staan her en der in de kamer verspreid. De meeste zoemen omdat nieuwe onderdelen nodig zijn. Teamleider Sietse Oosterhout: ,,Een onderdeel printen kost een halve dag. Soms gaat het mis en moet je opnieuw beginnen. Dus vanwege de tijdsdruk zijn die printers altijd wel aan het werk.”

Het is twee dagen voordat de tweede proef met drone-prototype Hammerhead mislukt. Geen zes, maar drie seconden blijft de drone in de lucht. Daarna klapt het exemplaar met neus op het asfalt. Tubantia berichtte dat de droom van het drone team met die klap uiteen spatte. Dat is overdreven gesteld: innoveren gaat met vallen en opstaan, en in dit geval: hard op de muil gaan. Maar de droom is er nog steeds.

Echte dingen

Want de dertien studenten van DroneTeam Twente, bestaande uit leerlingen van de studie werktuigbouwkunde, een paar van industrial design en één van elektro-engineering, hebben niet voor niets hun studie even een jaar op hold gezet. ,,Ik wilde iets echts doen”, zegt Sietse, die zijn IO-studie pauzeerde. ,,En wilde mijn studie kunnen toepassen. Zeker na corona had ik behoefte om de studie tastbaar te maken: ik zat maandenlang op mijn kamer lectures te kijken. Dat was erg stressvol. Hiermee ontwikkel ik mijzelf: ik pas het toe op iets echts, verbreed mijn netwerk en leer de soft (social) skills die nodig zijn met product maken.”

De iMechE UAS Challenge

De iMechE UAS Challenge waaraan het Droneteam met hun Hammerhead aan meedoet, is van 6 tot 8 juli in Buckminster (VK). De testvlucht bracht minder dan gehoopt. Desalniettemin ronken de 3D-printers alweer om onderdelen te maken voor de volgende. Innovatie en kennis schuilt óók in het uitproberen, falen en blijven zoeken naar hoe dat nieuwe dronemodel uiteindelijk wél werkt. 

De Hammerhead

Kenmerkend voor de Hammerhead is dat het vier propellers gebruikt om de lucht in te komen en erna maar één gebruikt om te blijven vliegen. Deze vijfde propeller is niet, zoals de eerste vier, horizontaal aan de onderkant gemonteerd om de VTOL-drone recht omhoog te duwen, maar heeft een negentig graden gedraaide stuwrichting, gelijk aan die van een vliegtuig. Dat lukt ook door de experimentele box-wingvorm: dat de vleugels en staart aaneen zitten. Daarna zal hij autonoom vliegen. Uiteindelijk moeten zulke drones medicijnen of een defibrillator in afgelegen gebieden rondbrengen.  

,,Deze type drones, dus de boeings, zijn sinds vijf jaar meer en meer de standaard aan het worden”, zegt Sietse. ,,Ze zijn al autonoom. Het straatbeeld dat drones door een stad vliegen, is geen toekomstbeeld meer. Het kan dus al. Het is alleen de wetgeving die nu achterloopt op de technologische vooruitgang. Wel zijn drones nog te veel mooiweervliegers: hoewel de drone redelijk goed met water om kan gaan, is vooral wind nog steeds een probleem.”

Doorwerken

Hoewel de Buckminster-wedstrijd pas over vier maanden plaatsvindt, kan er niet lichtzinnig worden gedaan over de crash van donderdag 10 maart. ,,We weten bij de eerste niet waarom de neus naar beneden ging. Misschien was er te veel gewicht naar voren, is er een te zwaar materiaal gebruikt, moet de vorm van de drone aerodynamischer, maakte de piloot een foutje of is er iets met de controller. Waaraan het ligt, daar kom je alleen achter als je blijft testen. Dan schiet het tekstboek te kort.”

DroneTeam Twente op DID22

Het Droneteam laat op DID22 zien wat zij kunnen en neemt deel aan een talk. Het zoekt op het evenement ook naar het team voor volgend jaar. Zij overreden techneuten door met hun eigen drones die ter plekke te bewonderen en onderzoeken zijn.