Houdbaarheids-iconen op de verpakking kunnen consumenten helpen om minder voedsel te verspillen. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van LNV en in samenwerking met het Voedingscentrum, stichting Samen Tegen Voedselverspilling en Too Good To Go. Het onderzoek laat zien dat het loont om te investeren in duidelijke houdbaarheidsinformatie op de verpakking, want te veel consumenten gooien nog goede producten in de afvalbak door een gebrek aan kennis.

Onnodige voedselverspilling thuis

‘Kijk, ruik en proef. Vaak nog goed na de datum’ versus ‘Niet gebruiken na de datum’. De gewenste actie bij de tenminste houdbaar tot-datum (THT) is een heel andere dan die bij te gebruiken tot (TGT). Toch haalt het merendeel van de consumenten ze door elkaar. Ze gooien daardoor vaak producten weg die eigenlijk nog prima eetbaar zijn. De verwarring tussen de THT en TGT is goed voor zo’n tien procent van de voedselverspilling thuis. Dat is nogal wat, als je bedenkt dat de gemiddelde consument in ons land jaarlijks zo’n 34 kilo (inclusief dikke vloeistoffen en zuivel) aan voedsel weggooit.

De consument heeft een visuele cue nodig

Ook in landen om ons heen is er aandacht voor het onderwerp, en nieuwe Europese regelgeving is onderweg. Het ministerie van LNV liet Wageningen University & Research alvast een verkennend onderzoek doen naar de meerwaarde van houdbaarheids-iconen op de verpakking. Voor dit consumentenonderzoek werden vier verschillende iconen ontworpen voor zowel THT als TGT. Door het toevoegen van een (visuele) cue waren deze deelnemers minder geneigd om THT-producten over de datum weg te gooien. Ook waren ze door het toevoegen van een (visuele) cue meer geneigd om TGT-producten op de dag van de uiterste houdbaarheid op te eten, terwijl ze juist voorzichtiger werden met TGT-producten na deze datum– precies zoals de bedoeling is met het oog op voedselveiligheid.

Gevolgen voor de fabrikanten

Houdbaarheids-iconen op de verpakking zetten is een uitdaging om integraal aan te pakken, aldus de programmamanager. ‘Het is voor fabrikanten nu al passen en meten met alle informatie die ze moeten vermelden. Denk bijvoorbeeld aan de ingrediëntenlijst, allergenen en de voedingswaarde. Daar komt bij dat veel bedrijven producten maken voor meerdere landen, met productinformatie in meerdere talen op de verpakking.’

Dit artikel is gebaseerd op een artikel van Wageningen University & Research. Het oorspronkelijke artikel vindt u hier.